Ontwerp een vergelijkbare site met WordPress.com
Aan de slag

Dobbelhobbel

De leukste en meest uitdagende wedstrijd die ik liep, was toch wel The Dice – een race van Trailrunning EU – vorig jaar december in Zuid Limburg. Van negen uur ’s ochtends tot negen uur ’s avonds rondjes lopen. De rondjes werden bepaald door het aantal ogen van de gegooide dobbelsteen, waarbij ieder oog voor 3 km (in 30 minuten te volbrengen) stond. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat renden we over de trails: door de bossen, over heuvels en in de modder. Het leukste was eigenlijk dat je op zo’n lange dag de andere deelnemers leert kennen. Ieder rondje samen lopen en samen doorzetten schept een speciale band. Dit, gecombineerd met het feit dat het mijn eerste ultra was, maakte dat het de leukste wedstrijd is die ik liep.

Op 5 december 2020 zou de tweede editie van The Dice plaatsvinden. En je snapt wel, daar had ik me direct voor ingeschreven. De dag na de wedstrijd had ik al meteen uitgekeken naar de editie van 2020. Ik wilde weer een lange dag op de trails beleven met die leuke mensen! De beslissing om het evenement officieel te cancelen werd lang uitgesteld, maar het was al lang duidelijk dat het niet zou kunnen plaatsvinden. Uiterst jammer ๐Ÿ˜ฆ

Het duurde niet lang na de officiรซle canceling dat ik een appje van mijn vader kreeg: “Hier zijn de routes voor de Thuys-Dice!”, met 6 gpx bestanden bijgevoegd. Het idee was om op 5 december toch te gaan lopen, maar dan thuis. Dus pap had voor alle afstanden een route uitgezet en dan zouden we zelf om 9 uur in de ochtend beginnen met dobbelen.

En zo geschiedde het, de Thuys-Dice was geboren. De week ervoor had ik nog een marathon als training gelopen om in de ultrashuffle te komen en even te kijken hoe het zou gaan. Dat ging niet slecht, dus vertrouwen in de benen was er wel.

Ik mocht als eerste dobbelen (YAAAAY) en gooide 2 (dus 6 km). Dat was een goed beginrondje om de spieren wat warm te maken. Door het parkje naar de Grote Kreek, dan over het dijkje en terug via het oude spoorbaantje naar huis. Het was nog vroeg en er hing mist over de weilanden. De zon probeerde door de wolken heen te breken, wat een moment lang leek te lukken, maar uiteindelijk verloor de zon de strijd. Het was koud, het perfecte loopweer!

Na de 6 km namen we niet veel pauze. Even naar de wc thuis en gelijk weer dobbelen! Pap gooide 6 (!) en dus gingen de racevestjes aan en stapten we de deur uit om aan de 18km te beginnen. Vorig jaar werd er geen 6 gegooid, waardoor we het 18 km rondje in Zuid Limburg niet gezien hadden. Toen liepen we veel kleinere rondjes van 9 en 6 en 3 km. Gelukkig zat het deze keer wel mee. Gelijk 18 km erbij, dan schiet het lekker op met de kilometers.

Het rondje van 18 km was heel leuk, want pap had zijn best gedaan om er nog wat onbekende paadjes in te stoppen. De route ging via de Steense bossen naar de Wilde Landen, om vervolgens de grens over naar Belgiรซ te gaan. Dit gebied kent veel onverharde wegen en bossen. De huisjes staan er midden in het bos en de bossen zijn zo anders dan ze in het Zeeuwse landschap zijn. Ik weet niet goed waar dat verschil in zit, maar het valt me altijd op. Misschien zijn het de bovengrondse elektriciteitsleidingen of de ‘slecht’ onderhouden tuintjes en schuurtjes. Andere mensen vinden het vaak troosteloos ogen, ik vind het mooi en warm, op een bepaalde manier. Overal langs de weilanden lopen kleine paadjes, waar sinds kort wandelroutes langs zijn uit gepeild. Het doet me altijd denken aan de vakanties in de Ardennen in de winter, waar we na een lange dag wandelen in de sneeuw achter de openhaard kropen met warme choco of bier.

Langzaamaan hobbelden we Nederland weer in. De Clingse bossen doorheen en dan weer richting Thuys ๐Ÿ™‚ We aten soep, die later niet zo lekker op de maag zou vallen, maar dat wist ik toen nog niet, waarna het tijd was voor Nicole om de dobbelsteen te gooien. Ze gooide 5, de 15 km.

De vijftien was het domi rondje (=donderdagmiddag rondje) van bos naar bos naar bos. Eerst door de polder naar de Schommeling en de Steense Bossen, richting het Vossenhol en door naar de Stropersbossen. Dat is net over de grens weer. Dan weer terug naar de Clingse bossen. Het tempo bleef mooi constant, ondanks de benen die langzaam begonnen tegen te stribbelen.

Terug thuis aten we zowat alles wat los en vast zat ๐Ÿ˜‚. Onze motortjes deden goed werk en konden wel wat plakjes bananenbrood gebruiken! Na de drie gelopen rondjes hadden we 39 km, dus bijna een marathon. Spannend, want voor Nicole zou het haar eerste ultra worden en ze wilde dan wel minstens 50 km lopen. Het was weer mijn beurt om te dobbelen, dus of ik even hoog genoeg wilde gooien zodat ze gelijk aan die 50 zou komen. Jahoor! Ik gooide 6, het rondje van 18 km nog een keer opnieuw!

Tussen de 35 en de 42 merk ik altijd dat het minder gaat. De benen gaan mopperen en protesteren en je bent al zolang bezig, maar het einde is nog niet in zicht. Maar na die marathonafstand begin ik het echt heel leuk te vinden. Alles wat je kan bedenken doet pijn, maar die pijn raak je gewend en stop je weg in een hoekje achterin je hoofd. Op die manier kan je lekker doordraven. Ik leefde op en genoot van het rennen en de koude lucht. Het tempo ging ook wat omhoog. Honger in mijn maag en pijn in mijn benen, dat is de beste manier om een dag als deze te beleven.

Ergens halverwege de 18 km kreeg ik kramp in mijn linkerbeen, van kuit tot hamstring. Ik besloot wat vaker te wachten op papa en Nicole, zodat ik ondertussen wat kon rekken en strekken. Dat hielp niet, maar het was in ieder geval wel gezelliger om wat samen te hobbelen.

57 km hadden we toen we thuis kwamen. Een record voor Nicole! ๐Ÿ˜€ Yaaay! Ultrapowervrouw!

Pap en ik gingen nog verder voor 9 km. Met de koplamp op door het bos, in de hoop dat we hertjes of uilen zouden zien. Helaas bleef het bij geschrokken opvliegende duiven die de bladeren deden ritselen. Mijn linkerbeen vond 9km rennen absoluut niet meer leuk. Stoppen met dat gek gedoe, ’t is toch ook al wel lang genoeg geweest ofwah. Dus deden we af en toe een stapje terug en wandelden we een paar minuutjes. Het einde was in zicht en eenmaal thuis zouden we tevreden een biertje drinken en een groot bord spaghetti eten. En douchen, vooral douchen. Als je zoiets – douchen – hebt om naar uit te kijken, dan komt het allemaal wel goed. Ik stonk naar zweet, maar het ergste was dat ik het zelf ook rook. M’n kleren waren bezweet en vies (maar goed, m’n broek was al vies voordat ik ‘m aantrok Oeps!) en ik begon ook erg uit te kijken naar een zachte joggingsbroek, een oversized trui en een warm fleece dekentje op de bank. Al dat comfortabele spul waar ik naar kon uitkijken, dat was toch wel een klein uurtje extra zwoegen in het donkere bos waard.

En we kwamen thuis. Met een “eindsprint” over de dijk in de wijk en papa die nog een extra rondje deed om er 66.6 km van te maken… Nicole wachtte thuis op ons met volle borden dampende spaghetti vol van groentjes en vegan kaas eroverheen!

Een betere dag dan deze had ik niet kunnen wensen voor Sinterklaas. Alledrie waren we moe, maar absoluut en zonder twijfel heel heel voldaan. En zo lagen we ’s avonds samen voor pampus op de bank naar biatlon te kijken, denkend aan de volgende ultra van de duivelse uitdaging die op de planning staat ๐Ÿ™‚

4 gedachten over “Dobbelhobbel

Voeg uw reactie toe

  1. Weer leuke leesstof en inspirerend geschreven. En eindelijk de betekenis van Domi achterhaald. Oe pa gaf da nie vrij….๐Ÿ˜‰๐Ÿ˜๐Ÿ‘

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.

Maak een gratis website of blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: