De Gronzedelle

[Grónseledêl]

Het voorjaar is in volle gang. Elke dag zijn de blaadjes van de bomen groener. De vogels hebben kuikentjes, de schapen lammetjes. De zomer komt in zicht en het begint weer te kriebelen: de bergen wachten. Hoewel het lastig is om plannen te maken, ben ik toch lekker aan het plannen. Of dromen. Of denken. Noem het zoals je wil.

Op die mooie planning staan verschillende gave dingen: Als eerste weer het WJK Skyrunning in Italië. Als het meezit, zullen de Gran Sasso skyrace and vertical kilometer weer in het eerste weekend van augustus plaatsvinden. In tegenstelling tot 2019, toen deze wedstrijd het grootste en gekste ding van mijn jaarplanning was, is het dit jaar ‘slechts een opwarmertje’. Ik wil het niet zo noemen, want dat doet de wedstrijd geen eer aan, terwijl die dat echt wel verdient. Nee, een goeie 3 weken na het WJK zal ik van start gaan bij de korte afstand van de Echapée Belle. De korte afstand is dan 62 km met een goeie 4000 hoogtemeters. Als ik dan nu vertel dat het WJK ‘slechts’ 22 km met 2300 hoogtemeters is, snap je dan dat ik het een opwarmertje noem?

Genoeg daarover. Het is vast geen verrassing meer dat ik af en toe en gekke bui heb of m’n stoute schoenen aantrek, waardoor ik mezelf inschrijf voor wedstrijden die ver buiten mijn comfortzone gaan, vervolgens toch word uitgeloot en dan als een malle ga trainen, omdat ik me dan op een bepaalde manier verantwoordelijk voel voor mijn startplek en dus ook finishplek. Want als je start moet je goed finishen.

Vooruit, dat trainen als een malle is nog een beetje getemperd door het herstel van een knieblessure, maar ik kan gelukkig genoeg uren maken om vooruitgang te boeken. En dit is het moment dat de Gronzedelle in het spel komt kijken. En dat is eindelijk weer iets waarvan ik dacht, dat is het waard om een stukkie over te schrijven. Nicole was degene die met dit leuke idee kwam, dus hier even een shout-out naar haar als dank 😀 Wat het is? Een steile klim in het zuiden des lands. Waar? In de buurt van Schin op Geul, waar je de Keutenberg op kan fietsen om je kuitjes te laten schreeuwen, en waar je de Dodemanstrail kan oplopen om eenzelfde gevoel ook in je bovenbenen op te wekken. De Gronzedelle ligt daar precies tussen en is nog een beetje steiler dan zowel de Keutenberg als de Dodeman. Bovendien is de Gronzedelle niet geasfalteerd, waardoor er net iets minder fietstoerisme overheen rijdt. Maar het belangrijkste: als je gek genoeg bent kan je hem een hele dag op en af rennen!

De lange dag begon om 6uur ’s ochtends, toen de wekker ging. De eerste trein vanuit Zeist ging om 7u06, en die wilde ik niet missen. Het was namelijk een pokkeneind reizen, twee uur en 48 minuten, om in die zuidelijke uithoek te komen. Voor de heenweg is dat prima, gewoon lekker verder slapen, luisterend naar het gebabbel van twee oude Brabantse dametjes. Voor de terugweg is dat minder, met stijve en verkrampte beentjes die eigenlijk omhoog willen liggen, stinkend naar je eigen aangekoekte zweet (wat je dus constant zelf blijft inademen met dat kleffe mondkapje op), maar bovenal met de onstilbare behoefte aan een grote bak friet en een koud biertje.

‘Het is maar een rivierterras’, was het mantra dat ik mezelf steeds voorhield tijdens de Dodemanstrail, waar dezelfde heuvel als waaraan de Gronzedelle ligt telkens moest beklommen worden. Uiteindelijk is het ook gewoon niet meer dan een rivierterras. Als de Alpen nooit gevormd waren, wasLimburg gewoon een platte koek geweest net als de rest van Nederland. Hoe kan een rivierterras nou zwaar zijn. Het klinkt niet uitdagend, komt niet in de buurt van termen als ‘bergtop’, ‘rotswand’ of ‘col’. Met andere woorden: wat je voelt in je benen is geen pijn maar aanstellerij, en als je wil trainen voor de bergen moet je niet zo miepen. Zoals ultrarunningmemes het zou zeggen: ‘VERT IS NOT REAL, YOU ARE JUST OUT OF SHAPE’. Je mag pas een beetje miepen als je minstens 20 keer dat ‘rivierterras’ op en af bent gerend. Oke, vooruit, dan doen we dat. Funfact: zo word je ook meteen Local Legend op het segment in Strava.

Uiteindelijk heb ik het aantal keren klimmen niet geteld, expres, want ik wilde niet bezig zijn met herhalingen. Ik wilde gewoon doorgaan tot m’n horloge minstens 1000m d+ aangaf (wat niet accuraat bleek, Strava maakte er 1266m van). Sommige wandelaars kwam ik tot wel 4 keer tegen. Die waren dan toch lichtelijk verbaasd over mijn idioterie van het op en neer lopen van één hetzelfde paadje. Bovenaan komt de Gronzedelle uit op de weg van de Keutenberg. Daar kwamen heel wat toerfietsers tegelijk met mij, net zo hard hijgend, boven. Even lachen naar elkaar, ‘Lekker bezig‘ naar elkaar roepen, en weer verder… Heerlijk. Ondertussen stroomt er zout zweet in je ogen, creëer je op elke onmogelijke plaats van je lichaam een schuurplek, is je water halverwege de training al op en ben je een mooie (rode) tanline aan het kweken omdat je ’s ochtends vergeten bent om zonnebrand op te smeren. Is het niet fantastisch dat ondanks al deze ongemakken er zoveel traillopers zijn die gepassioneerd bezig blijven met hun sport, geen fucks geven en gewoon doorgaan. Simpel, dwèrs en avontuurlijk, hongerig naar meer en nieuwsgierig waar de grens ligt.

Natuurlijk, die Gronzedelle komt niet in de buurt met de helling van een vertical of skyrace, behalve het laatste stuk misschien. Hoewel het laatste stuk het steilste was, ging dat me wel het beste af. Daar kon ik focussen op de techniek van het lopen met stokken: grote halen maken met de armen en dan vooruit duwen om het bovenlichaam iets meer op te lichten, waardoor het lopen minder kracht uit de benen vraagt. Dat ging nu beter dan voorheen, weer een stapje verder. Dan pakt die armspiertraining van het survival runnen in ieder geval goed uit, want waar voorheen m’n armpjes al na 5 minuten verzuurden, was dat nu helemaal niet aan de orde! Afdalen met stokken blijft nog wel onwennig: allebei vasthouden met rechts, of met links, of in elke hand één, of terugstoppen in de rugzak, maar dat doet veeeeel te lang door mijn onhandige gestuntel. Trainen trainen trainen.

Toen ik alle hoogtemeters te pakken had, liep ik de heuvel af naar een camping, De Gele Anemoon, gelegen tussen bloesemende fruitboompjes en aan de rivier de Geul. Er hing namelijk een bordje aan het benedenpunt van mijn klim, waar ik dus elke keer langs kwam, met heel groot ‘Ijs & Frisdranken!’. Op een warme en zonnige dag als deze was mijn hoofd al lange tijd toe aan afkoeling, reikhalzend verlangend naar een koude Raket of Cola. Maar toen ik eenmaal klaar was wilde ik liever een koud witbiertje of radler. Het werd uiteindelijk een Raket en een icetea green. Als een blij kind liep ik daarmee langs de Geul terug naar Schin op Geul, op zoek naar een trein die me terug naar huis zou brengen…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

Maak je website op WordPress.com
Aan de slag
%d bloggers liken dit: